maaikeloopt.reismee.nl

Honderd dagen pelgrimsgeluk

Dag 100. Nog 118 kilometer (5 of 6 dagen) te gaan! Ik kan Rome bijna ruiken en ik weet niet zo zeker hoe ik me daarbij moet voelen. Blij dat ik er bijna ben natuurlijk, en trots. Maar het is ook raar om aan het einde van een wandeling te komen die zo lang is dat hij lange tijd oneindig leek. Ik verheug me erop om in Rome aan te komen, maar zie ook op tegen de drukte, om nog niet te spreken van de terugreis!

Maar laten we mindful blijven en het hebben over alle mooie momenten die mijn wandeling nu nog oplevert. Na Toscane loop ik nu in Lazio en is het landschap alweer veranderd. Op dit moment loop ik langs het meer van Bolsena, dat ontstaan is door vulkanische activiteiten en dat is ook aan de rest van het heuvelachtige landschap af te zien. Het weer is nog altijd heerlijk, en dat gaf me vandaag weer eens de gelegenheid om een plons te nemen in een lekker koud beekje. Ook zorg ik ervoor dat ik dagelijks mijn portie ijs binnenkrijg! Bij aankomst dus bijna standaard een ijsje, en aan het begin van de dag heb ik de gewoonte opgevat om een koffie en een croissantje te scoren in een plaatselijk barretje.

Daar kan ik zo af en toe wat Italiaans oefenen en ik moet zeggen, dat valt helemaal niet tegen. Dankzij Marc en Francesca van Coffeebreak Italian had ik al een aardige basis toen ik Italië binnenkwam. Bovendien praten Italianen graag, maar zelden Engels, en dus is er volop gelegenheid om te oefenen en te leren! Ik ben fan van de taal die ik eigenlijk een stuk mooier vind dan dat monotone Frans.

Twee dagen geleden liep ik zelfs een dagje samen op met twee monolinguale (?) Italianen (die samen nog maar nét zo lang waren als ik). We slaagden er best in te communiceren en besloten om op de dag van 32 kilometer nog een ommetje te maken langs wat thermale baden. Helaas had Giuliano verkeerd op de kaart gekeken en belandden we in iemands achtertuin na een doodlopend pad. Maar daar trof ons de 'fortuna del pellegrino': het pad bleek helemaal niet zo dood te lopen en de aardige bewoner wees ons een geheim afsnijdweggetje, waardoor we even later konden genieten van heerlijk warm water! Zulk soort geluk is één van de mooie dingen van een pelgrimstocht: het komt op je pad wanneer je het nodig hebt, maar het niet verwacht.

Nog zo'n gevalletje eergisteren, in Acquapendente. Toen ik er bijna was kreeg ik een sms'je van medepelgrim Yannick die één dag voor mij uitloopt. Dat het ostello in het stadje niet zo schoon scheen te zijn; ik kon beter naar het klooster gaan. Dus ik bellen naar het klooster: vol... Balen natuurlijk, wat zou ik aantreffen? Een enigszins stoffig Ostello met een koude douche, maar ook met de superaardige Ricky uit Florida, met wie ik de beste pizza én het beste ijs van de regio vond, en met wie ik weer eens een onverwacht gezellige avond had! Dat noem ik nou pelgrimsgeluk. Je hoeft er alleen voor open te staan en dan komen de mooie ontmoetingen en ervaringen vanzelf.

Vandaag weer eens in mijn eentje in een klooster. Ik hoop dat ik de tv aan de praat kan krijgen, want voetbal kijken in een barretje zit er dit keer niet in: vóór 21 uur word ik verwacht binnen te zijn. Anders wordt het op tijd naar bed en de benen rusten voor de laatste kilometers!

Pelgrim, toerist of reiziger?

Dag 92 en ook de 2000 kilometer is gehaald! Nog iets minder dan 300 te gaan... Vandaag riep een groepje tegemoetkomende wandelaars me toe dat ik er bijna ben. Dat was natuurlijk ironisch bedoeld, maar vanuit mijn perspectief is de eindstreep inderdaad in zicht.

Hier in het prachtige Toscane neemt het aantal korte termijn pelgrims toe en dat stemt mij tot nadenken. Gisteren werd bijvoorbeeld de Oostenrijkse Gabriela die van Fidenza naar Siena loopt (toch zo'n 350 kilometer) geweigerd in het klooster van San Gimignano omdat ze geen echte pelgrim is, terwijl ik als langeafstandsloper wel welkom was. Maar in hoeverre ben ik door mijn lange reis een 'echte' pelgrim? Als ik de monnik had verteld dat ik de Sint Pieter dit keer misschien wel oversla, maar liever het Pantheon en Villa Borghese ga bezoeken, had hij me misschien ook wel doorgestuurd naar het volgende dorp... Hoewel deze reis voor mij wel degelijk meer is dan een vakantie, zie ik mezelf niet altijd als pelgrim. Liever beschouw ik mezelf als reiziger die toevallig van mening is dat lopen de beste manier van verplaatsen is. Ik vind dat een fijne instelling, omdat ik daardoor niet elke dag hoef te lopen, maar mezelf de tijd gun om andere dingen te doen als die de gelegenheid zich voor doet. En dat was afgelopen week zeker het geval!

Vorig weekend kwam mijn vriendin Giulia uit Trento me opzoeken. Ze pikte me op in Aulla, van waar we met de auto naar Lucca reden om daar weer een vriend van haar, Marco, te ontmoeten en anderhalf dag in het gezellige stadje rond te hangen. Bovendien ontmoette ik er de zus van Marco, Ilenia, die samen met haar man Maximo in Carrara woont, waar ik nog langs moest komen. Ze boden heel spontaan aan dat ik dan wel bij hun kon slapen; daar zei ik natuurlijk geen tegen! Giulia bracht me weer terug naar Aulla, want ik kon natuurlijk geen etappes overslaan! Vanuit daar liep ik naar Maximo en Ilenia, waar ik met deze Santiago-gangers uitgebreid de filosofie van het wandelen kon bespreken. Vervolgens was het tijd om een dag langs de zee te lopen. Als kind van mijn vader moest ik daar natuurlijk een duik in nemen.  Pelgrim of toerist...?

Na drie dagen lopen kwam ik ook te voet aan in Lucca, waar ik dit keer een couchsurfadresje had gevonden. En dat was er zeker één om nooit te vergeten! Marco (niet dezelfde als die vriend van Giulia!) was een onwijs warm persoon, met een kinderlijke twinkeling in de ogen wanneer hij een ideetje had dat uitgevoerd moest woorden. Die ideeën waren bijvoorbeeld: mij achterna reizen in het volgende plaatsje om samen Ajax te kijken; mij oppikken uit het plaatsje daar weer na zodat ik kon voetballen met zijn vrienden; mij vervolgens uitnodigen voor het huiskamerconcert bij hem thuis. Uiteindelijk kwam ik dus drie keer in Lucca: één keer met Giulia en twee keer bij Marco. Ik leerde het plaatsje zo echt een beetje kennen en met al die omwegen voelde ik me niet bepaald de doorsnee pelgrim.

Toch werd ik vandaag weer geconfronteerd met de religieuze lading van mijn reis toen mijn voeten gewassen en gekust moesten woorden voor we aan het avondeten konden beginnen... Ik beschouw het maar als onderdeel van deze bijzondere reis waarin ik mezelf als reiziger, pelgrim, en toerist beter heb leren kennen! Nog zo'n 2 weken lopen waarin ik langzaam, heel langzaam aan het idee van arriveren kan gaan wennen.

P.s. Morgen doe ik weer toeristisch en ga ik Siena eens bekijken!

Hans en Grietje en One Flew Over The Cuckoo's Nest

Dag 80. Een totaal van 1790 kilometer in de benen en bijna 2 weken en 250 kilometer met zijn drieën lopen zitten er alweer op. Papa en mama zitten in de trein naar Milan! In een klooster in Pontremoli heb ik voor het eerst in dagen eens fatsoenlijke Wi-Fi en dus is dit een mooi moment om verslag te doen van deze gezellige tijd.

Dit deel van de route was mentaal denk ik erg zwaar geweest om alleen te doen! Zoals ik al schreef bevond ik me opeens weer in extreem plat gebied, en de lucht was voor het eerst in tijden niet strak blauw... Tijdens de rustdag in Pavia was het nog prima, maar op papa en mama's derde wandeldag brak de hemel open zoals ik nog niet had meegemaakt. De dagen daarna waren minder erg, maar nog steeds niet warm en droog. Maar met zijn drieën lijkt zo'n wandeldag toch altijd sneller voorbij te gaan en we liepen gestaag door, met als beloning toch nog wat zonnige dagen, de prachtige groene Apenijnen en een heleboel bijzondere herinneringen!

Ik mag mezelf gelukkig prijzen met zulke stoere, makkelijke ouders, die niet alleen door weer en wind met me meeliepen, maar ook nog eens samen met mij genoten van niet altijd comfortabele, maar toch elke keer bijzondere overnachtingen. Zo verbleven we in een tehuis voor ex-verslaafden op een bank die normaal gebruikt werd voor de psychotherapie. Niet echt het toppunt van comfort, maar we hadden wel voor dagen aan gesprekstof met het analyseren van de bewoners die zo leken te zijn weggelopen uit One Flew Over The Cuckoo's Nest. Verder vond ik een gastheer in Piacenza op couchsurfen; we zouden wel in een lege kamer bij hem thuis kunnen verblijven. Allemaal leuk en aardig, tot dat de huisbaas binnenkwam en de kamer ter plekke verhuurde: het meisje trok er die avond nog in! Dat werd dus proppen in Martins slaapkamer; hijzelf sliep op de gang! Flexibiliteit vereist dus, maar dat gaat vanzelf na een paar nachtjes. Bovendien hielp het dat Martin zo ongeveer de aardigste jongen op de planeet moet zijn, met een ongelooflijke talenkennis. Na een jaartje in Nederland te hebben gewoond sprak hij met ons bijna vloeiend Nederlands en was hij maar wat blij om te oefenen!

De meest bijzondere plek was toch wel het hostel in Cassio, een dorpje in de Apenijnen. Het dorp zelf was nogal verlaten, dus we waren al bang dat het avondeten niet veel meer ging worden dan een boterham met kaas. Wacht maar, zei Andrea, de eigenaar van het hostel: ik laat jullie eerst jullie appartement zien. Wat we zagen, was een huis dat nog net niet van eten gemaakt was, maar toch alles weg had van een sprookje! Overal lag eten. Pasta, fruit, vlees, kaas, wijn, bier, een gevulde koelkast... Pak maar wat je nodig hebt! Die avond konden we niet ophouden te lachen over wat ons nou weer overkomen was...

Ik denk dat ik papa en mama wel een goede indruk heb kunnen geven van mijn pelgrimsbestaan, en hoewel mama's voeten wel een paar dagen herstel nodig zullen hebben, zullen ze misschien toch ook wel een tikkeltje jaloers zijn op het feit dat ik nog even lekker doorga! Ik ben in elk geval heel dankbaar met alle mooie ervaringen die ik voor de verandering eens wél met mensen heb kunnen delen!

Terug naar plat

Allereerst, bedankt voor alle enthousiaste reacties! Er reizen een heleboel mensen met me mee, superleuk.

Na van onder zeeniveau te zijn opgeklommen tot bijna 2500 meter, mocht ik de bergen de afgelopen week weer verlaten... Eerst nog een paar dagen aan de rand van het prachtige Aostadal, dat zich daarna opende om ruimte te geven aan een polderachtig landschap, vol rijstvelden. Met pijn in mijn hart keek ik af en toe achterom naar de besneeuwde toppen. Mijn gastvrouw Marina in Vercelli had er vanaf haar balkon nog heel in de verte uitzicht op, maar de laatste twee dagen waren definitief zo plat als een dubbeltje.

Dat is even omschakelen; vanaf Besançon was mijn weg één grote voorpret voor de Alpen en nu ben ik er alweer overheen, en zou ik, wat landschap betreft, net zo goed in Nederland kunnen zijn. Wat landschap betreft, zeg ik er bewust bij, want de zon maakt wel degelijk duidelijk dat ik me heel wat zuidelijker bevind! Maar ook deze platheid hoort erbij en maakt mijn reis tot wat hij is. Ze doet me het landschap dat achter me ligt (en ongetwijfeld dat wat voor me ligt) nog meer waarderen!

De eerste dag kwam ik meteen twee pelgrims tegen, en sindsdien lijkt het wel men massaal de wandelschoenen uit de kast getrokken heeft, en vanaf Aosta is begonnen te lopen. Nou ja, massaal... ik kom toch zeker iedere dag 3 andere pelgrims tegen, en dat is nogal veel, gezien het totaal van 2 in de 9 weken hiervoor! Dat is best gezellig; al twee dagen liep ik samen met aardige Italianen, en andere dagen loop ik soms een stukje met mensen op. Daarna herpakt ieder weer zijn eigen ritme. Loslaten blijft het devies.

Het couchsurfen lijkt hier wat minder makkelijk te gaan, maar ik verbleef toch al twee keer bij wat oudere Italiaanse dames, jong van geest! We kletsten wat af over van alles en nog wat, en hoewel ik elke dag weer afscheid neem, weet ik ook dat ik al wat echte vrienden heb gemaakt in Italië, die ik vroeger of later zal weerzien.

Vandaag zit ik eens een keer niet op een pelgrimszaaltje of bij iemand thuis, maar in een heuse Bed and Breakfast! En die luxe mag ook wel, want ik krijg bezoek, van papa en mama! Twee weken gaan we het proberen samen uit te houden en de afstand tot Rome te verkleinen... ik houd jullie op de hoogte!



De vierde grens

Om vanuit Nederland in Italië te komen, moest ik vier grenzen passeren. De eerste drie waren nauwelijks om over naar huis te schrijven. Dat ik in België was beland, merkte ik pas toen ik door de eerste plaats, Visé, heenliep. Van België naar Frankrijk stond er een aardig bordje speciaal voor pelgrims, met daarop het aantal nog af te leggen kilometers tot Santiago de Compostella. Ook de grens met Zwitserland was niet opmerkelijk. Pas toen Stefan en ik opeens wél wegwijzers op ons pad aantroffen, concludeerden we dat we in een ander, beter georganiseerd land moesten zijn.

Ergens wel jammer dat je zo makkelijk over de grens heen stapt; na al die afgelegde kilometers hoop je toch stiekem dat iemand je staat op te wachten met taart en slingers en een gave stempel voor in je paspoort. Dat was niet geval bij de overgang van Zwitserland naar Italië, maar er was wel iets anders leuks bedacht: een berg van bijna 2500 meter. Reken maar dat ik het zou voelen als ik Italië binnen wilde lopen!

De vraag was alleen: was het überhaupt mogelijk om te lopen? Of zou de sneeuw me dwingen om een stukje de bus of de auto door te tunnel te nemen? Ik had besloten daar maar niet teveel over te tobben, maar in elk geval zo ver mogelijk door te lopen, tot Bourg Saint Pierre, zo'n vier uur lopen onder de Sint Bernard pas vandaan. Onderweg had ik wel hier en daar nagevraagd, en de meningen verschilden. Er scheen niet veel sneeuw te liggen, maar misschien toch wel te veel om te kunnen lopen? Eenmaal in Bourg Saint Pierre stelde de aardige eigenaar van de hut waar ik verbleef voor nog maar eens naar boven te bellen. Het moment van de waarheid... En ik kon komen! Beetje op tijd weg, zodat de sneeuw nog hard was, maar dan zou het wel te doen zijn.

Wat volgde waren twee spannende dagen, voor mezelf en voor de thuisblijvers (papa en mama dus). Sneeuw in de bergen is toch niet niks, zeker voor iemand uit een druilerig plat landje. Ik sprak met mezelf af (en met papa en mama) dat ik zo ver zou gaan als mogelijk, maar dat ik terug zou gaan als ik het niet vertrouwde. Ik wil het liefst alles lopen, maar niet ten koste van de veiligheid!

Op donderdag, mama's verjaardag nog wel, om 5 uur opstaan en gaan met die banaan. Onderweg vond ik nog wel een mooie stok, die fijn was voor de balans, en me bovendien nog meer pelgrimsaanzien gaf (al helemaal samen met de rieten hoed die Pauline me een paar dagen geleden kado gaf!). Tot halverwege de klim inderdaad weinig sneeuw; niet ik, maar het handjevol tourskiërs moest zich afvragen wat ze op de berg te zoeken hadden... maar dat snapte ik even later wel. De sneeuw werd steeds meer, en sommige stukken waren behoorlijk ijzig. Gelukkig kon ik er goed omheen lopen. Verder waren er nog wat gemsen en marmotten om me moed in te pompen! Uiteindelijk liep ik naar het pad van de skiërs toe, dat eigenlijk heel goed begaanbaar was. De zon kwam boven de berg uit, het was net wintersport! Nog een half uurtje doorstappen, en toen was ik er al, om een uur of 10.30! Ik werd ontvangen met lekkere zoete thee, en bracht de rest van de dag zonnend en slapend door.

Goed, de top was behaald, nu nog aan de andere kant naar beneden. Ook dat was spannend, want aan de Italiaanse kant zijn veel minder skiërs, dus het pad zou wel minder goed begaanbaar zijn. Gelukkig waren er heel wat aardige mensen in het hospice die het allemaal nog eens goed voor me uitzochten, en me brood en een appel voor de afdaling meegaven. Het ging goed komen! Dit keer wat later weg, want ijzige sneeuw is ook weer niet goed. Het eerste stuk ging prima; ik volgde de weg in plaats van het pad, om niet te verdwalen in de sneeuwhopen. Wat een ongelooflijk gevoel, lopend over een besneeuwde berg, na twee maanden doorzetten.

Hoe lager ik kwam, des te meer ik moest ploeteren, omdat de sneeuw zachter werd en ik er steeds in weg zakte. Maar het werd met de meter minder, totdat het helemaal ophield. Ik had het gehaald! Wat een euforie! Dat was nog eens een grensovergang. De ruim 20 kilometer die ik nog moest afleggen naar Aosta deed ik op pure adrenaline (Ok, en een paar boterhammen met La Vache qui Rit). Daar vond ondanks het paasweekend nog een vrije hotelkamer en genoot ik van mijn eerste Italiaanse pizza en een ijsje. Ik denk dat ik wel aan dat dieet kan wennen de komende maand!

P.s. Foto's volgen binnenkort!

Samen naar Zwitserland

Dag 57. Bijna 1200 km verder! Na het soms saaie en verlaten Frankrijk, is Zwitserland druk, duur en belachelijk mooi. Ik moet me zelf regelmatig hardop vertellen dat die hoge bergen op de achtergrond geen hologram zijn. Maar dat zal ik de komende dagen ook nog wel fysiek ervaren, aangezien ik erover heen moet... Toen ik gisteren naar het hospice op de top belde, kreeg ik te horen dat het in principe nog niet toegankelijk is voor wandelaars, maar dat ik er in de harde ochtendsneeuw allicht een poging op kan wagen. Als dat lukt, zal het donderdag zijn, en loop ik dus vrijdag Italië binnen. Zo niet, dan wordt het de tunnel. Wordt vervolgd, en ja: ik doe voorzichtig!

De grens met Zwitserland passeerde ik een paar dagen geleden samen met mijn wandelbuddy Stefan! Die loopt van het noordelijkste puntje van Schotland naar de zwarte zee. Baas boven baas... Ik wist al van zijn wandeling omdat hij in Weert bij dezelfde gastvrouw verbleef als ik, en na wat heen weer appen waren we nu eindelijk op hetzelfde punt beland! We spraken af in Pontarlier, Frankrijk, en stapten samen drie dagen richting Zwitserland, tot Lausanne, aan het meer van Genève. Daar pakte hij de trein naar Genève om terug te vliegen naar Schotland, voor een welverdiende theepauze- hij is al 5 maanden bezig. Het was heel leuk om samen te lopen, en ervaringen uit te wisselen, en bovendien iemand naast je te hebben om te beamen hoe mooi het landschap is, of hoe jammer het is dat je fout gelopen bent...

Gelukkig ben ik ook als ik alleen loop niet bepaald eenzaam. Sinds Besancon heb ik alleen nog maar gecouchsurfd bij heel veel aardige, uiteenlopende mensen. Zo verbleef ik op mijn verjaardag in Ornans bij Fabrice, die me meenam naar een volksdansfeest, en een taart voor me bakte; in Romainmotier bij Sylvain, die ons een ademhalingstechniek van Wim Hofman a.k.a 'The Iceman' leerde; in Bex bij Pauline, waar ik de oplader van mijn camera vergat, maar ze reed 's avonds 20 km om hem te komen afleveren bij Bastien in Martigny!

In die laatste plaats zit ik nu. Ik ga nog even genieten van het Zwitserse landschap, en spreek jullie weer in Italië!

De duizend voorbij

46 dagen onderweg, en de 1000 km gepasseerd! Tijd voor een rustdag in Besançon, een mooie en gezellige stad met veel water en parken waarin de jonge mensen van het weer profiteren. De luchtige sfeer hier vult goed mijn huidige gemoed aan; na een dipje vorige week, is het alleen maar beter geworden.

Het weer is opgeknapt en hoe! Terwijl ik onder de brandende zon mijn passen zet, verraadt alleen de grote hoeveelheid kale bomen dat het nog geen hartje zomer is. Het enige nadeel hiervan is dat ik meer water mee moet sjouwen, en kennen jullie die mop van die waterbron dat op elke Franse begraafplaats te vinden is? Stiekem toch geen waterpunt, maar slechts een kraan, waar geen water uit komt! Goede humor man. Maar goed, ik heb het overleeft, en geniet optimaal van de warmte.

Ook de weg is afwisselender geworden. De eindeloze Romeinse wegen hebben plaats gemaakt voor af en toe een bos, met daarin niet zelden een wegspringen hert. En de dorpjes die onder de donkere wolkenluchten troosteloos leken, hebben nu eerder iets idyllisch. Dat neemt niet weg dat de verlatenheid van het Franse platteland indruk op me gemaakt heeft. Of ik zo zou kunnen wonen, weet ik niet; hoewel ik overweldigd was toen ik gisteren weer in de stad aankwam, voel ik me vandaag even heel aangenaam in het geroezemoes.

Ik verblijf bij couchsurfer Maxime en zijn huisgenoten op de bank en ben dankbaar een dagje deel uit te mogen maken van een gezellige groep mensen. Gisteren ben ik mee geweest naar de salsa les, maar op mijn bergschoenen durfde ik het toch niet echt aan zelf te dansen. Toch leuk om een biertje te drinken, en mensen te kijken! Vandaag ook een druk programma. Vanochtend naar de hamam, alvast een kadootje van papa en mama. Heerlijk ontspannend en ik ben voor eventjes helemaal schoon! Vanmiddag hebben we gehangen in het park en heb ik iemand gevonden om de rits van mijn rugzak te repareren.

Behalve van couchsurfing, heb ik de afgelopen twee weken ook volop gebruik gemaakt van wat ik 'oude school bank surfen' noem, bij mensen thuis die gratis pelgrims hosten. Dat is altijd een warme ervaring. Heel bijzonder hoe mensen blijkbaar merken dat er behoefte is aan onderdak en dan spontaan besluiten om het zelf maar op zich te nemen. Een kleine moeite, maar voor mij en andere pelgrims zo waardevol!

Oké, één anekdote nog dan. Een paar dagen terug verbleef ik in Champlitte in een hut voor pelgrims en dergelijken. Mijn gastheer had me al gewaarschuwd dat er nog iemand zou zijn, of ik dat erg vond. Nou, dat bleek heel gezellig! Christian was in Champlitte voor zijn werk, en vond het ook wel fijn om gezelschap te hebben. Hij bleek een heerlijke ouwehoer, en we kletsen wat af, onder het genot van de rosé die hij had meegenomen. En nog mooier, zijn werk bleek in het plaatsje te zijn waar ik de volgend dag heen liep! Twee avonden goed gezelschap dus, is dat toeval of geluk?

Om een lang verhaal kort te maken: ik heb de smaak weer te pakken, en passeer over een week de grens met Zwitserland! Tot dan!

A few of my favourite things

Dag 35. 860 kilometer afgelegd. Ik kijk terug op 5 dagen vol eindeloze velden met kaarsrechte wegen die ik 10 kilometer voor me uit kan zien strekken, dreigende wolkenluchten die elk moment uit kunnen barsten en dat ook net iets te vaak doen, en uitgestorven dorpjes met winkels die ofwel 'exceptionellement fermé' zijn, ofwel überhaupt al jaren geleden opgedoekt. In mijn eentje op een plastic stoeltje in de enorme ruimte van een gîte voor 12 personen kom ik tot de conclusie dat ik op het moment niet bepaald op het hoogtepunt van mijn reis ben beland. Tuurlijk, alle genoemde omstandigheden behoren tot de categorie 'hoort erbij' en 'gaat wel weer over', maar kort gezegd is mijn humeur wel eens beter geweest de afgelopen 5 weken. Gelukkig zijn er wel degelijk veel dingen de moeite waard; om mezelf op te fleuren heb ik daarom besloten een lijst te maken van mijn favoriete dingen.

-Het begin van de lente! Eindelijk het allereerst groen in de takken, en bloesem in de bomen.

-Een bijzonder openhartige middag met medepelgrim Carolien in Reims die eindigde met een halve liter thee in een heus hipstercafe.

-Eindelijk weer eens zelf koken bij Diana thuis en complimenten krijgen over mijn linzencurry.

-Een uur achter een Turkse familie lopen langs het kanaal, en de sociale interacties bestuderen.

-Een hardloper die stopt en vraagt waar ik heen ga.

-Een boer in een trekker die stopt en vraagt waar ik heen ga.

-Een automobiliste die stopt en vraagt of ik mee wil rijden.

-Een automobiliste die stopt en vraagt of ik mee wil rijden en wil overnachten in het volgend dorpje.

-Een 75-jarige gastvrouw in Trépail die net zo lang is als ik, als ik zit.

-Diezelfde gastvrouw die me volstopt met quiche, en salade, en kaas, en pudding, en schuimpjes, en wentelteefjes.

-En die een CD opzet van de film 'Les Choristes' en me toevertrouwt dat ze op die muziek door de keuken danst als er niemand kijkt.

-Een massage van twee uur bij een gastheer in Châlons-en-champagne die een opleiding tot masseur volgt.

-Racletten met champagne.

-Douchen na een dag lopen.

-Elke dag een andere soort doucheschuim proberen.

-Het gevoel van mijn schoenen uittrekken en mijn benen op een bed leggen.

-Ontdekken dat de bakker in Brienne-le-Château tóch open is en dat ze er ook nog eens het beste bruine brood in dagen verkopen.

-Een stapel friet tot het plafond in een heerlijk ongezellige brasserie in datzelfde dorp.

-Een bak vol kaarten uit Rome van mensen in Coole die al sinds 2008 ieder jaar tientallen pelgrims gratis ontvangen.

-Engels spreken met een Franse jongen in Balignicourt met zo'n sterk accent dat ik bijna denk dat ik Frans met hem aan het praten ben en dat ik opeens veel meer begrijp.

-Een hond die door me geaaid wil worden en op mijn schoot kruipt, in plaats van naar me te blaffen omdat hij denkt dat ik de tv van zijn baasje in mijn rugzak heb.

-Zelfgebakken brood.

-Zelfgemaakte jam.

-Zelfgemaakte sterke drank.

-Kaas als toetje.

-Een haardvuur om bij op te warmen.

-Herten die ik ik door het veld voor me zie springen.

-Een buizerd die vlak boven me langs vliegt.

-Spechten die ik overal hoor, maar nooit zie.

-Een afdakje vinden en besluiten er pauze te houden twee minuten voordat de bui losbarst.

-Het feit dat bakkers het heel normaal vinden als ik vraag of ze het stokbrood in tweeën willen snijden omdat het anders niet in mijn rugzak past.

-De geur van schone kleren nadat een gastvrouw spontaan zegt dat ik de wasmachine wel mag gebruiken, en de droger (dit gebeurt vaak bij vrouwen van boven de veertig, en nooit bij mensen van mijn eigen leeftijd. Toeval?).

-Franse plaatsnamen-met-streepjes

Zo, ik heb weer een glimlach op mijn gezicht. Ik ga eens douchen, opwarmen bij het haardvuur en genieten van mijn champignonquiche van de bakker uit Brienne-le-Chateau.

P.s. Inmiddels zit ik op een hotelkamer in Bar-sur-Aube na een zonnige dag met een redelijk afwisselende route. Een stijgend lijn!